HR 6 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR1144

Piranha II. 1. Slagende bewijsklacht art. 140a Sr, 2. Slagende bewijsklacht medeplegen voorbereidingshandelingen moord/doodslag, 3. Psychische overmacht. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1998/225 m.b.t. art. 140a Sr. Uit de bewijsvoering kan de wetenschap dat de organisatie tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven niet worden afgeleid. De door het Hof vastgestelde wetenschap van verdachte van het voorhanden hebben van en het (zelf) oefenen met vuurwapens is voor een zodanige bewezenverklaring niet voldoende. Ad 2. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet volgen dat verdachte het oogmerk had om moord en/of doodslag op één of meer politici uit Nederland voor te bereiden of te bevorderen. Evenmin kan uit de gebezigde bewijsmiddelen volgen dat verdachte t.a.v. enkele van de bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen zo nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt dat sprake is van het medeplegen van die gedragingen. Ad 3. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2005/94 m.b.t. psychische overmacht. ’s Hofs oordeel dat bij de beoordeling van het beroep op psychische overmacht de groepsdynamiek niet kan worden meegewogen omdat de invloed van die groepsdynamiek niet los gezien kan worden van de persoonlijkheid van verdachte, zodat een en ander niet kan worden aangemerkt als enige van buiten komende drang, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting, nu geen rechtsregel er aan in de weg staat de persoonlijkheid van verdachte te betrekken bij de beantwoording van de vraag of die verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden aan de ten verwere aangevoerde drang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen