HR 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR1112
Na terug- of verwijzing door de Hoge Raad is de rechter gebonden aan de door de Hoge Raad gegeven beslissing. Dit brengt mee dat de ontvankelijkheid van het OM in de vervolging te dezen niet meer aan het oordeel van het Hof was onderworpen zodat het Hof zich terecht heeft onthouden van een beslissing op de door de verdachte gevoerde verweren, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Wel had het Hof alle voor de strafoplegging van belang zijnde omstandigheden in zijn oordeel moeten betrekken, waaronder begrepen die welke ten grondslag zijn gelegd aan het op art. 359a Sv steunende beroep op strafvermindering. Dit laatste heeft het Hof verzuimd.
De uitspraak op rechtspraak.nl