HR 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR0448

Mensenhandel. Art. 273f (oud) Sr. 1. Uitbuitingssituatie. 2. Oogmerk van uitbuiting. 3. Schadevergoedingsmaatregel. Ad 1. De Hoge Raad herhaalt relevante overweging uit HR LJN BI7099 over het beantwoorden van de vraag of - en zo ja, wanneer - sprake is van uitbuiting. Het hof heeft vastgesteld dat verdachte het leven van het slachtoffer, dat verstandelijk functioneert op het niveau van een 10-jarige, volledig domineerde, dat hij misbruik heeft gemaakt van diens kwetsbaarheid, dat hij hem werkzaamheden heeft doen verrichten zonder dat daar een reële vergoeding tegenover stond, dat hij (lijf)straffen uitdeelde als het werk niet goed werd gedaan en dat de werkrelatie negatieve gevolgen had voor het psychisch en lichamelijk welbevinden van het slachtoffer, dat zich niet in staat voelde zich aan de situatie te onttrekken. ’s Hofs oordeel dat sprake was van een uitbuitingssituatie geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde ook in het licht van de door de verdediging aangevoerde ‘contra-indicaties’ geen nadere motivering. Ad 2. Het middel miskent dat het oogmerk van uitbuiting - dat geen bestanddeel vormt van de bepaling waarop de tenlastelegging en de bewezenverklaring zijn toegesneden - niet is bewezenverklaard. Ad 3. Het middel neemt tot uitgangspunt dat het slachtoffer geen prijs stelde op een schadevergoeding. Voor die feitelijke stelling is in het verhandelde ter terechtzitting geen grondslag te vinden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen