HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9880
Kort geding tegen de Staat. Wet Kraken en Leegstand; art. 138a Sr, art. 551a Sv. Legitimiteit strafrechtelijke ontruiming. Geen overschrijding “margin of appreciation” art. 8 lid 2 EVRM met art. 551a Sv. Geen strijd met art. 7 EVRM indien na inwerkingtreding art. 138a Sr voortgezet verblijf strafbaar wordt. Gelet op ernst inbreuk (huisrecht) en onomkeerbaarheid gevolgen, voorafgaande rechterlijke toetsing rechtmatigheid (dreigende) ontruiming vereist. Wederrechtelijkheid verblijf betekent niet dat kraker geen “arguable claim” kan hebben. Ontruiming in beginsel slechts na uitkomst kort geding in eerste aanleg. Kort geding in één instantie voldoende effectief (art. 13 EVRM). Noodzaak van tijdige aankondiging ontruiming en van deugdelijk gepubliceerde beleidsregels. Beleidsbrief College van procureurs-generaal (Stcrt. 2010, nr. 19500).
De uitspraak op rechtspraak.nl