HR 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6691

Art. 273f Sr. Mensenhandel, uitbuiting. De klacht dat het Hof heeft miskend dat verdachte en het slachtoffer een gewone affectieve relatie hadden die was gebaseerd “op wederzijdse genegenheid en (…) op de instemming van beide betrokkenen” faalt wegens gebrek aan feitelijke grondslag, nu het Hof blijkens de inhoud van de bewijsmiddelen en de bewijsvoering heeft vastgesteld dat verdachte misbruik heeft gemaakt van de ongelijke verhoudingen tussen beiden en van het in meerdere opzichten kwetsbare slachtoffer, als gevolg waarvan het slachtoffer zich niet in staat voelde om de relatie te beëindigen en zich te onttrekken aan de situatie. ’s Hofs oordeel dat de combinatie en cumulatie van de gebeurtenissen een zodanige ernstige inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid van het slachtoffer opleveren dat sprake is van uitbuiting ex art. 273f Sr geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen