HR 4 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4431

Verlaten plaats ongeval. ‘Betrokkenheid’ bij een verkeersongeval a.b.i. art. 7.1 aanhef en onder a WVW 1994. De HR herhaalt in een vooropstelling de relevante overwegingen uit HR LJN AP1215 m.b.t. betrokkenheid bij een verkeersongeval in de zin van genoemde bepaling. De HR voegt daaraan toe dat in het verlengde van deze rechtspraak heeft te gelden dat degene die niet de bestuurder van het rechtstreeks bij het verkeersongeval betrokken motorrijtuig is, slechts kan worden aangemerkt als (tevens) bij het verkeersongeval ‘betrokken’ in de zin van art. 7.1 aanhef en onder a WVW 1994, indien het ongeval door zijn gedraging is veroorzaakt. In het licht van deze vooropstelling geeft ‘s Hofs oordeel dat verdachte kan worden aangemerkt als degene die bij het verkeersongeval is ‘betrokken’ in de zin van art. 7.1 aanhef en onder a WVW 1994 blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het Hof heeft zijn oordeel omtrent de betrokkenheid van verdachte slechts erop gebaseerd dat verdachte als passagier feitelijk bij het ongeval aanwezig was en hij de bestuurder van de scooter toestemming had gegeven om daarop te rijden, terwijl hij wist dat deze nog geen 16 jaar oud was en geen bromfietscertificaat had. Aldus heeft het Hof miskend dat verdachte, die niet de bestuurder van het motorvoertuig was, eerst dan als betrokken bij het verkeersongeval kan gelden indien dit ongeval door zijn gedraging (handelen of nalaten) is veroorzaakt, waaromtrent het Hof evenwel niets heeft vastgesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen