HR 17 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1677

Verbintenissenrecht; art. 3:40 BW. Verkoop percelen grond door gemeente ten behoeve van woningbouw. Beding dat aannemer verplicht met kopers van door hem te bouwen woningen een koop-aannemingsovereenkomst conform GIW-model te sluiten. Kennelijk oordeel hof dat dit beding kan worden gesplitst in een geldig deel dat kan worden nagekomen en een nietig deel waarvoor dit niet geldt, afhankelijk van antwoord op de vraag of in modelovereenkomst onderwerpen worden geregeld die niet respectievelijk wel in strijd zijn met art. 122 Woningwet, berust op onjuiste rechtsopvatting. Bij beoordeling nietigheid beding gaat het immers niet erom of onderdelen van voorgeschreven modelovereenkomst zich voor splitsing lenen, maar om beantwoording vraag of bedongen verplichting zelf op de voet van art. 3:40 lid 2 BW nietig is wegens strijd met art. 122 Woningwet. Beding verplicht tot sluiten van koopovereenkomsten op voorwaarden die bij art. 122 Woningwet verboden onderwerpen betreffen, ten aanzien van welke onderwerpen niet is gesteld of gebleken dat deze voor het ongeoorloofde karakter van het beding van ondergeschikte betekenis zijn. Hoge Raad doet zaak zelf af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen