HR 21 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8816
Afwijzing getuigenverzoeken. 1. Verzoek tot het horen van de zaaksofficier van justitie als getuige. 2. Geen beslissing op het verzoek de met de zaak belaste parketsecretaris te horen. Ad 1. Het verzoek tot het horen van de zaaksofficier van justitie als getuige heeft het Hof afgewezen op de grond dat de ‘conclusie van de rechtbank dat uit het feit dat de drie verdachten hetzelfde advocatenkantoor bellen moet worden afgeleid dat er tussen de verdachten onderling contacten bestaan, een conclusie is die het hof zelf zal beoordelen’. Nu het Hof niet heeft aangegeven aan de hand van welke maatstaf het verzoek is afgewezen, is de afwijzing van het verzoek ontoereikend gemotiveerd. Ad 2. Het Hof heeft niet beslist op het verzoek de met de zaak belaste parketsecretaris te horen. Dit verzoek betreft een verzoek als bedoeld in art. 315 in verbinding met art. 328 Sv, zodat daarop een uitdrukkelijke beslissing was vereist. Noch de processen-verbaal van de terechtzittingen in hoger beroep, noch het bestreden arrest houden een beslissing in op dat verzoek. Dat verzuim heeft ingevolge art. 330 Sv in verbinding met art. 415 Sv nietigheid tot gevolg.
De uitspraak op rechtspraak.nl