HR 17 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6122
Mensenhandel. Beroep op verontschuldigbare dwaling. Vooropgesteld zij dat in het geval een beroep op een strafuitsluitingsgrond is gedaan de rechter gehouden is de feitelijke grondslag van dat verweer te onderzoeken, terwijl hij de last tot het aannemelijk maken van die feitelijke grondslag niet uitsluitend op de verdachte mag leggen (vgl. HR LJN ZD0737). Voor zover ervan uit wordt gegaan dat het Hof de last tot het aannemelijk maken van de feitelijke grondslag van het verweer uitsluitend bij verdachte heeft gelegd, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden arrest. Ook overigens kunnen de middelen niet tot cassatie leiden. Het Hof heeft blijkens zijn overwegingen de feiten die aan het beroep op een strafuitsluitingsgrond ten grondslag zijn gelegd, onderzocht en deze kennelijk niet aannemelijk geacht. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd, nu het Hof heeft vastgesteld dat X en Y hebben verklaard dat verdachte wist dat X minderjarig was en dat X heeft verklaard dat zij nooit haar legitimatiebewijs aan verdachte heeft laten zien.
De uitspraak op rechtspraak.nl