HR 12 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6052

1. Geen schriftuur verdachte. 2. Schriftuur benadeelde partij. Is HR bevoegd tot beoordeling van schriftuur van b.p., indien namens verdachte geen schriftuur is ingediend? Ad 1. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Ad 2. Art. 421.4 Sv voorziet in instellen van hoger beroep door b.p. tegen afwijzing van haar vordering door rechter in eerste aanleg indien noch verdachte noch OM h.b. heeft ingesteld. Wet bevat geen regeling t.a.v. instellen van beroep in cassatie door b.p. indien haar vordering door rechter in h.b. in strafgeding n-o is verklaard dan wel is afgewezen en noch verdachte noch OM cassatieberoep heeft ingesteld. Evenmin bevat wet zo’n regeling voor het geval de verdachte onderscheidenlijk OM in ingesteld cassatieberoep niet kan worden ontvangen. Daaruit moet worden afgeleid dat wetgever van dergelijke voorziening niet heeft willen weten. Dat brengt mee dat HR in genoemde gevallen niet bevoegd is tot beoordeling van een ex art. 437.3 Sv ingediende schriftuur van b.p. (vgl. HR:2003:AF4207). Hieruit volgt dat namens b.p. ingediende schriftuur onbesproken moet blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen