HR 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4963
WSNP. Na beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op bankrekening van bewindvoerder overgemaakte teruggaven inkomstenbelasting door rechtbank aangemerkt als nagekomen baten in de zin van art. 194 F., waarvan rechtbank vereffening en verdeling heeft bevolen. Voor zover het gaat om beslissingen waarmee de vraag wordt beantwoord of art. 194 F. toepassing behoort te vinden, geldt dat een dergelijke voorvraag niet kan worden aangemerkt als enkel te betreffen “het beheer of de vereffening des faillieten boedels”, als bedoeld in art. 85 F. Voor de beslissing van geschillen over de vraag of ingevolge de Faillissementswet bepaalde vermogensbestanddelen (alsnog) aan de vrije beschikking zijn onttrokken, gelden de gewone procedureregels en staat (krachtens art. 358 Rv.) hoger beroep open (vgl. HR 10 augustus 1984, NJ 1985/70). Ingevolge art. 358 lid 2 Rv. in verbinding met art. 340 Rv. gaat vanaf de dag van de uitspraak van deze beslissing een nieuwe termijn lopen voor het hoger beroep
De uitspraak op rechtspraak.nl