HR 12 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4394
Bewijsklacht. Het middel berust op de onjuiste opvatting dat van “aan zijn waakzaamheid toevertrouwd” a.b.i. art. 249 Sr, slechts sprake kan zijn indien aan de zijde van de ouder(s) van de minderjarige wetenschap bestond van de aanwezigheid van de minderjarige bij de dader van de met die minderjarige gepleegde ontuchtige handelingen dan wel dat van de zijde van de ouder(s) van de minderjarige voor die aanwezigheid bij de dader uitdrukkelijke toestemming is verleend.
De uitspraak op rechtspraak.nl