HR 19 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3839
Meineed, art. 207 Sr. Eedswet 1911. Art. 216.1 Sv. Art. 215 Sv. Art. 290.2 Sv. Koran. De bm houden niet uitdrukkelijk in dat de belofte/de eed de waarheid en niets dan de waarheid te zeggen is afgelegd. Daarom is het bewezenverklaarde “op de bij de wet voorgeschreven wijze” niet naar de eis der wet met redenen omkleed. De opvatting dat slechts uit het pv ttz dan wel uit het meineedpv a.b.i. art. 295 Sv kan blijken dat de getuige is beëdigd, vindt geen steun in het recht. Onder de op de bij de wet omschreven wijze kan worden begrepen de mogelijkheid, aan de godsdienstige gezindheid van de getuige te ontlenen, afwijkende wijze van afleggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl