HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2627
Bewijsklacht. Bewijs van ‘wegnemen’ als bedoeld in art. 310 Sr. Voor een veroordeling ter zake van (voltooide) diefstal van een aan een ander toebehorend goed - een en ander als bedoeld in art. 310 Sr - is onder meer vereist dat de dader zich een zodanige feitelijke heerschappij over dat goed heeft verschaft dan wel dit zodanig aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken dat de wegneming van het goed als voltooid kan gelden. Of daarvan sprake is, is mede afhankelijk van waarderingen van feitelijke aard die in cassatie slechts in beperkte mate kunnen worden getoetst. Het Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat verdachte door de in de bewezenverklaring genoemde goederen te plaatsen op de laadvloer van zijn op het bouwterrein geparkeerde vrachtwagen, zich een zodanige feitelijke heerschappij over de goederen heeft verschaft dat de wegneming daarvan - in de zin van art. 310 Sr - was voltooid. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Anders dan het middel tot uitgangspunt neemt, kan het bewezenverklaarde uit de bewijsmiddelen worden afgeleid.
De uitspraak op rechtspraak.nl