HR 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2316
Onteigening. Onbebouwde grond. Voorstrook. Art. 40d Ow. strekt niet ertoe waardeverschillen tussen verschillende stukken grond om andere redenen dan de daaraan gegeven bestemming geheel te elimineren. Aan een onteigend stuk grond dat onderdeel uitmaakt van een complex als bedoeld in art. 40d Ow. kan dan ook een hogere waarde worden toegekend dan de complexwaarde, indien de bijzondere ligging of hoedanigheid hiervan die prijs zodanig beïnvloedt dat bij een onderstelde verkoop een prijs tot stand zou komen die hoger is dan de complexwaarde. Bij de beantwoording van de vraag of dit zo is, mag geen rekening worden gehouden met de aan dit stuk grond in het bestemmingsplan gegeven bestemming, nu dit onverenigbaar zou zijn met het egalisatiebeginsel van art. 40d Ow. Waardering voorstrook. Omzetbelasting buiten beschouwing te laten bij bepalen koopprijs bouwgrond. Onbegrijpelijk oordeel dat als tuin of erf ingericht deel van het perceel zijn hoogste waarde bereikt als complexwaarde. Wettelijke rente van art. 55 lid 3 Ow. ziet niet op vergoeding nadeel dat onteigende lijdt door gemis bedrag waarmee de uiteindelijke schadeloosstelling het voorschot overtreft
De uitspraak op rechtspraak.nl