HR 27 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0761

Profijtontneming. 1. Bewijsmiddelen mbt schatting wederrechtelijk verkregen voordeel. 2. Art. 327 Sv. Ad 1. HR stelt voorop dat ingevolge art. 511a.2, Sv jo. art. 415 Sv, waarin art. 359 Sv van overeenkomstige toepassing is verklaard, de uitspraak van het Hof op een vordering als bedoeld in art. 36e Sr op straffe van nietigheid de inhoud dient te bevatten van de bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend (vgl. HR LJN AD 2463, NJ 1997/405). Het Hof heeft met voldoende mate van nauwkeurigheid het wettige bewijsmiddel aangegeven waaraan het Hof de kasstortingen heeft ontleend. Ad 2. Op de voet van art. 83 RO heeft de HR inlichtingen ingewonnen bij het Hof. Het verzoek heeft ertoe geleid dat het Hof aan de HR een proces-verbaal heeft toegezonden. Gelet op de handgeschreven toevoeging van de griffier daarop moet het er voor worden gehouden dat het proces-verbaal van de terechtzitting niet is ondertekend en dat dat verzuim niet meer kan worden hersteld. Het proces-verbaal mist daarom rechtskracht. Gelet op de door de HR in het arrest genoemde omstandigheden heeft de verdachte bij vernietiging op grond van het geconstateerde verzuim geen rechtens te respecteren belang en is het middel tevergeefs voorgesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen