HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5819
Redelijke termijn na terugwijzing. HR stelt voorop dat het rechtsgevolg dat het Hof aan de overschrijding van de redelijke termijn heeft verbonden slechts op zijn begrijpelijkheid kan worden getoetst en dat het de rechter vrij staat om na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, waaronder de mate van overschrijding van de redelijke termijn, te volstaan met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op art. 6.1 EVRM (HR LJN BD2578). In casu is ’s hofs oordeel dat met de vaststelling kan worden volstaan niet onbegrijpelijk. Opmerking verdient dat niets zich ertegen verzet dat de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie wordt gecompenseerd door een voortvarende behandeling van de zaak na terug- of verwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl