HR 25 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3400

1. Bewijsklacht. Bedreiging met zware mishandeling. 2. Uitleg bedreiging art. 285 Sr. Ad. 1. Het Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte het slachtoffer heeft bedreigd met zware mishandeling, door haar opzettelijk dreigend de woorden toe te voegen: “Als je ruzie met mij wil is goed hoor ik krijg vanaf nu nog vijftienhonderd euro van je. Er gaan binnenkort wel wat mensen langs bij je moeder aan de dreef.” Uit de enkele omstandigheid dat door de verdediging niet is betwist dat het slachtoffer voordat het bewezenverklaarde plaatsvond, aangifte heeft gedaan van bedreiging door de broer van verdachte, kan niet volgen dat verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde op de hoogte was van die aangifte en de door zijn broer geuite bedreiging. Deze wetenschap kan evenmin kan worden afgeleid uit ’s Hofs bewijsvoering. Bewezenverklaring is ontoereikend gemotiveerd. Ad 2. Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig in art. 285 Sr genoemd misdrijf is niet vereist dat dat misdrijf is gericht tegen de bedreigde persoon zelf. Daarbij is van belang dat art. 285 Sr is geplaatst in Titel XVIII Sr waarin strafbaar zijn gesteld ‘Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid’. Dit door art. 285 Sr beschermde rechtsgoed kan ook op het spel staan ingeval het misdrijf waarmee wordt gedreigd, is gericht tegen een ander dan degene jegens wie de bedreiging is geuit. Een dergelijke bedreiging kan immers een inbreuk maken op de persoonlijke vrijheid van degene jegens wie de bedreiging is geuit, die vergelijkbaar is met een bedreiging die op hem zelf betrekking zou hebben gehad. De omstandigheid dat de in dezelfde Titel opgenomen art. 284 en 284a Sr uitdrukkelijk óók spreken over bedreiging met een tegen een derde gericht misdrijf, noopt niet tot een ander oordeel, mede omdat uit de in de conclusie van de AG weergegeven totstandkomingsgeschiedenis van deze bepalingen kan worden opgemaakt dat deze explicitering slechts een verduidelijking betrof, terwijl voorts niet valt in te zien waarom de reikwijdte van de betrokken bepalingen in dit opzicht zou moeten uiteenlopen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen