HR 7 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO6446
Kinderporno. Vervolg op HR LJN AD9579 en HR LJN AR5740. Vordering OvJ ex art. 552f Sv tot o.a.h.v. van onder de belanghebbende (fotograaf/kunstartiest) ibs foto’s en ander beeldmateriaal. Het Hof heeft een gedeelte van het ibs materiaal aangemerkt als ‘kinderporno’ en de o.a.h.v. daarvan bevolen. 1. Afbeeldingen van seksuele gedragingen a.b.i. art. 240b Sr. 2. Klacht dat het Hof afbeeldingen heeft o.a.h.v. die niet onder art. 240b Sr vallen. 3. Maatstaf bij de toepassing van art. 240b Sr wat betreft de werkelijke leeftijd van de afgebeelde persoon. 4. Ongecontroleerde bezit in strijd met de wet of met het algemeen belang. HR geeft in een aan de beoordeling van de middelen voorafgaande beschouwing uitleg aan wat onder “een afbeelding van een seksuele gedraging” a.b.i. art. 240b Sv dient te worden verstaan. Voor de toepassing van art. 240b Sr is niet noodzakelijk dat vaststaat dat de jeugdige is geschaad. Ad 1. Het Hof heeft in zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat het bij de afbeeldingen gaat om hetzij gedragingen van expliciet seksuele aard, hetzij jeugdigen in een zodanige houding of omgeving dat de afbeelding daardoor een onmiskenbaar seksuele strekking heeft. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk. Ad 2. ’s Hofs oordeel dat de uit negatieven of dia’s bestaande stroken en de opnamen die op één blad zijn afgedrukt alsook de filmrol en videocassette moeten worden aangemerkt als niet deelbare voorwerpen welke vatbaar zijn voor o.a.h.v. is niet onjuist. Het Hof heeft tot uitdrukking gebracht dat tussen de desbetreffende afbeeldingen een zodanige samenhang bestaat m.b.t. de inhoudelijke kenmerken en/of de wijze van totstandkoming dat het “vanwege dit onderlinge verband de hele serie als kinderporno” heeft aangemerkt. Dat oordeel is niet onjuist en kan in cassatie niet verder worden getoetst. Ad 3. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AQ8936. Voor toepassing van art. 240b Sr is voldoende dat a.d.h.v. de uit de afbeelding blijkende uiterlijke lichaamskenmerken aannemelijk is dat de betrokkene jonger oogt dan 18 jr. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de afbeeldingen betrekking hebben op telkens een persoon die jonger is dan 18 jr is niet onbegrijpelijk. Ad 4. De opvatting dat het Hof had moeten onderzoeken of het ibs materiaal een bestemming voor wetenschappelijke doeleinden kan krijgen, vindt geen steun in het recht. Conclusie AG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl