HR 2 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO2558

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke OBM. Het hof heeft de t.u.l. gelast van een voorwaardelijke OBM terwijl geen mededeling van de voorwaardelijke veroordeling in de zin van art. 366a.2 Sv aan verdachte heeft plaatsgevonden. Gelet op de wetsgeschiedenis staat dit laatste echter niet in de weg aan het ingaan van de proeftijd omdat het uitgangspunt is “dat het aan de verdachte wordt overgelaten om naar de uitkomst van de berechting te informeren” en nu het hof heeft vastgesteld dat de dagvaarding aan de verdachte in persoon is betekend, kon het hof aannemen dat de proeftijd is ingegaan op de 15e dag nadat de einduitspraak is gedaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen