HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1979

Onrechtmatige daad; Wet toezicht effectenverkeer (artt. 1 en 7 Wte); misleidende reclame (art. 6:194 BW). Gedupeerde derden door investeringen (koop van appartementsrechten en koop van aandelen) in afgeblazen vastgoedproject. Miskenning feitelijke grondslag vordering door hof. Ruime strekking ‘openbaarmaking’ in de zin van art. 6:194 BW; reeds uit uitreiking prospectus aan deelnemers project kan volgen dat van openbaarmaking sprake is geweest. Enkele omstandigheid dat trustee geen - beslissende - zeggenschap had in de vennootschappen waarvan zij trustee is, brengt niet mee dat haar geen verwijt zou kunnen worden gemaakt van het overtreden van de Wte door deze vennootschappen, nu zij als trustee ook zonder deze zeggenschap gehouden kan zijn toezicht te houden op de naleving van de(ze) wet. Miskenning hof zelfstandige taak rechter tot ambtshalve vaststellen inhoud toepasselijk buitenlands recht (art. 25 Rv.).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen