HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1637

Bewijsklacht. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AO4048. De aan de middelen ten grondslag liggende opvatting dat voor een veroordeling ter zake van art. 8.1 WVW 1994 noodzakelijk is dat sprake was van een zodanige invloed van die stof dat het risico op het maken van ongelukken significant is toegenomen, is onjuist. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het Hof uit de gebezigde bewijsmiddelen heeft kunnen afleiden dat verdachte een voertuig heeft bestuurd terwijl hij onder zodanige invloed van cannabinoïden verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht, is de bewezenverklaring naar de eis der wet met redenen omkleed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen