HR 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN9463
Faillissementsrecht. Vóór faillissement verstrekt pandrecht op onder meer bestaande vorderingen en op vorderingen die rechtstreeks worden verkregen uit reeds bestaande rechtsverhoudingen. Vorderingen tot ongedaanmaking of restitutie als gevolg van ontbinding of opzegging van een overeenkomst, moeten voor de toepassing van art. 35 lid 2 F. worden aangemerkt als vorderingen die pas ontstaan door de genoemde beëindigingshandelingen, zodat de schuldeiser die vorderingen pas op dat moment verkrijgt.
De uitspraak op rechtspraak.nl