HR 5 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN7892
BOPZ. Verlening machtiging tot voortgezet verblijf; Schending hoorplicht van art. 8 lid 1 BOPZ jo art. 5 EVRM; verplichting tot behoorlijke oproeping door de griffier overeenkomstig het bepaalde in art. 261 jo art. 272 e.v. Rv.; behoorlijke oproeping mag niet achterwege blijven op grond van de volgende omstandigheden: (a) de verblijfplaats van betrokkene is niet bekend, (b) het is aan betrokkene zelf te wijten dat hij/zij niet kan worden bereikt en (c) aan betrokkene staan rechtsmiddelen ten dienste om alsnog op te komen tegen een verleende machtiging.
De uitspraak op rechtspraak.nl