HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN7754
Art. 359.3 Sv. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens verdachte ter terechtzitting vrijspraak is bepleit. ’s Hofs kennelijke oordeel dat i.c. kon worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359.3 Sv, is - nu de raadsman ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten vrijspraak heeft bepleit - derhalve onjuist. De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl