HR 15 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN1414
Vervolg HR 11 juli 2008, LJN BC9766, NJ 2008, 417. Prejudiciële vragen van uitleg aan HvJEU. Beantwoording door HvJEU bij arrest van 15 oktober 2009, nr. C-324/08, LJN BK2759. Uit het antwoord van het HvJEU volgt dat de in de Davidoff-rechtspraak van het HvJEU ontwikkelde maatstaf voor de beoordeling of sprake is van impliciete toestemming van de merkhouder als bedoeld in art. 7 lid 1 van de Merkenrichtlijn, ook geldt voor goederen die door een derde die niet economisch is verbonden met de merkhouder zonder diens expliciete toestemming voor het eerst direct binnen de EER in het verkeer zijn gebracht. Omdat in dit geval het antwoord van het HvJEU meebrengt dat de maatstaf uit de Davidoff-rechtspraak alleen toegepast dient te worden bij afwezigheid van economische verbondenheid tussen de merkhouder en de derde als bedoeld in HvJEU 22 juni 1994, C-9/93, Jur. 1994, p. I-2757, NJ 1995/480 (IHT Dantzig / Ideal Standard), had het hof de Davidoff-maatstaf niet mogen toepassen zonder een onderzoek naar die economische verbondenheid te verrichten.