HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM3975
WSNP. Schuldregeling; art. 287a F. laat aan de rechter over te bepalen in welke concrete omstandigheden van het geval sprake is van een onredelijke weigering van een schuldeiser om medewerking aan een schuldregeling te verlenen; de omstandigheden dat het UWV in art. 36, lid 2 en 3, WW en art. 33 Zw wordt verplicht tot terugvordering van het onverschuldigd betaalde en het UWV in de daarin omschreven gevallen niet mag meewerken aan een vrijwillig buitengerechtelijk akkoord, nemen niet weg dat de rechter onder de in art. 287a F. vermelde voorwaarden bevoegd is het UWV te bevelen in te stemmen met een schuldregeling; rangorde schuldeisers bij verdeling; krachtens art. 117 lid 4 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek komt aan art. 36d WW en 34a Zw geen onmiddellijke werking toe, maar hebben deze bepalingen eerbiedigende werking vanaf het moment waarop de onderlinge rangorde van de vorderingen van belang wordt, hetgeen in het onderhavige geval het moment van instemming door de schuldeisers met het aangeboden akkoord is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 243 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 475c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 475d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 349 Fw
- Artikel 33 ZW
- Artikel 33a ZW
- Artikel 34 ZW
- Artikel 34a ZW
- Artikel 68a Overgangswet NBW
- Artikel 117 Overgangswet NBW
- Artikel 36 Werkloosheidswet
- Artikel 36c Werkloosheidswet
- Artikel 36d Werkloosheidswet
- Artikel 48 WCK
- Artikel 3:13 BW3