HR 16 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM3630

1. Art. 51 Sr. Ontbonden rechtspersoon of daarmee gelijkgestelde entiteit. Ontvankelijkheid OM. 2. Artt. 1.a en 30 Wet op de kansspelen. Internetgokkast. Internetzuil. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1994/408 en HR LJN NJ 2008/550 m.b.t. de vervolgbaarheid van een rechtspersoon of daarmee gelijkgestelde entiteit indien deze is ontbonden, en HR AE0553 m.b.t. de plicht van de OvJ om onderzoek te doen indien uit de stukken van het geding een rechtsreeks en ernstig vermoeden rijst dat de rechtspersoon of daarmee gelijkgestelde entiteit voor het instellen van de vervolging was ontbonden. Ad 2. ’s Hofs oordeel komt er op neer dat de internetgokzuilen tijdens gebruik kansspelautomaten i.d.z.v. art. 30 Wok vormden. Voor speelautomaten - waaronder ook kansspelautomaten - geldt een apart wettelijk regime, zodat deze zijn uitgezonderd van het algemene verbod van art. 1.a Wok. Gelet daarop getuigt ’s Hofs verwerping van het verweer dat de regeling van de Wok inzake de speelautomaten geen lex speciales vormt t.o.v. art. 1 Wok, waarop de tll. is toegesneden, van een onjuiste rechtsopvatting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen