HR 22 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM3368
Profijtontneming. Verjaring. De opvatting dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel t.z.v. “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36e.2 Sr niet mogelijk is, indien vervolging t.z.v. die soortgelijke feiten wegens verjaring niet meer mogelijk zou zijn, is onjuist omdat zij noch in de tekst van de wet noch in de wetsgeschiedenis steun vindt (vgl HR LJN BI2307).
De uitspraak op rechtspraak.nl