HR 15 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2436

Rechtsgeldigheid betekening appeldagvaarding. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AD5163 (rov. 3.24.b). Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat het door verdachte, die in de periode tussen het onderzoek ttz. in e.a. en de betekening van de dagvaarding in hoger beroep niet als ingezetene was ingeschreven in de GBA, ttz. in e.a. opgegeven adres niet meer behoefde te worden aangemerkt als een uit de stukken blijkend adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte zou kunnen gelden, nu het door een latere opgave was achterhaald, te weten door de opgave van een ander adres door de raadsman van verdachte bij het instellen van het hb. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Conclusie AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen