HR 30 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0940

OM-cassatie. Flatverbod. Wederrechtelijk binnendringen a.b.i. art. 138.1 Sr. De HR herhaalt relevante r.o. uit HR LJN BM5282. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte het flatgebouw, in gebruik bij de woningstichting, is binnengetreden terwijl hem door die woningstichting de toegang was ontzegd. Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat een dergelijk flatverbod niet zover kan strekken dat daarmee het recht van bewoners bezoek van hun eigen keuze te ontvangen wordt beperkt of illusoir gemaakt. Indien het Hof daarmee tot uitdrukking heeft willen brengen dat een dergelijk verbod in geen geval mede kan omvatten het betreden van het flatgebouw met het enkele doel een bewoner van een van de flats - met diens toestemming - te bezoeken, heeft het blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Indien het Hof heeft geoordeeld dat sprake is van een bijzondere omstandigheid a.b.i. HR LJN BM5282, die meebrengt dat dat binnentreden niet als wederrechtelijk kan gelden, dan is zijn oordeel niet z.m. begrijpelijk. De enkele toestemming van een bewoner om het flatgebouw te betreden levert niet een zodanige omstandigheid op, terwijl voorts blijkens het p.v. van de tz. in h.b. namens verdachte ter rechtvaardiging van zijn handelen in de kern niet meer is aangevoerd dan dat hij zijn in het flatgebouw wonende tante wilde bezoeken en dat zij daartegen geen bezwaar had. De bestreden uitspraak lijdt dus aan een motiveringsgebrek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen