HR 1 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8793
Militaire zaak. Ongeoorloofd afwezig zijn i.d.z.v. art. 114.3 WMSr. ’s Hofs oordeel dat verdachte ongeoorloofd afwezig is geweest i.d.z.v. art. 114.3 WMSr is onjuist, noch onbegrijpelijk. De opvatting dat voor een veroordeling t.z.v. art. 100.1.2° WMSr sprake dient te zijn van een aaneengesloten periode van meer dan 30 dgn en de vrije weekenden van deze periode moeten worden afgetrokken, vindt geen steun in het recht. ‘s Hofs oordeel dat verdachte zich niet heeft gehouden aan de voorschriften van de Regeling ziek- en hersteldmelding en er derhalve sprake is van een ongeoorloofde afwezigheid, geeft gelet op de wettelijke bepalingen, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde, mede gelet op hetgeen de raadsman te dien aanzien heeft aangevoerd, geen nadere motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl