HR 11 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8510

Reisovereenkomst. Richtlijn pakketreizen. Is (steeds) sprake van een reisovereenkomst in de zin van art. 7:500 lid 1, aanhef en onder b, BW wanneer een reisagent op verzoek en initiatief van een reiziger verschillende toeristische diensten die tezamen een pakket in de zin van de richtlijn vormen, ten behoeve van de reiziger vastlegt of aan de reiziger verkoopt? Als een reisbureau op verzoek en initiatief van een klant een reis samenstelt die bestaat uit verschillende, door andere reisorganisaties aangeboden, diensten als bedoeld in art. 7:500 lid 1, aanhef en onder b, BW (en art. 2 lid 1 van de richtlijn), is sprake van een pakket in de zin van richtlijn pakketreizen (Richtlijn 90/314/EEG) “Op eigen naam”-criterium. Er kan niet op grond van de enkele omstandigheid dat een reisbureau op verzoek en initiatief van een reiziger verschillende toeristische diensten van andere reisorganisaties verkoopt of vastlegt, welke diensten tezamen een pakket in de zin van de richtlijn vormen, concluderen dat het reisbureau de reisorganisator is als bedoeld in art. 7:500 lid 1, aanhef en onder a, BW dan wel dat het reisbureau partij is bij een reisovereenkomst als bedoeld in dat artikellid onder b.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen