HR 11 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7660

Profijtontneming. OM-cassatie en cassatie betrokkene. Verjaring. 1. De aan het oordeel van het Hof ten grondslag liggende opvatting dat ontneming van w.v.v. t.z.v. "soortgelijke feiten" a.b.i. art. 36e.2 Sr en "andere strafbare feiten" a.b.i. art. 36e.3 Sr niet mogelijk is indien vervolging ter zake van die soortgelijke of andere feiten wegens verjaring niet meer mogelijk zou zijn is onjuist (vgl. t.a.v. art. 36.2 Sr HR LJN BI2307). 2. De aan het oordeel van het Hof ten grondslag liggende opvatting dat ontneming van w.v.v. t.z.v. een strafbaar feit waarvoor betrokkene is veroordeeld, a.b.i. art. 36e.1 en 2 Sr, niet meer mogelijk is indien inmiddels de in art. 72.2 Sr bedoelde termijn van verjaring van het recht tot strafvordering is verstreken is eveneens onjuist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen