HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0336

Herziening. De Hoge Raad vindt aanleiding om t.a.v. reactie op de conclusie AG de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BA1024 te herhalen. Mede in verband met eisen van een goede procesorde heeft te gelden dat de reactie op de conclusie AG niet meer mag inhouden dan een in beginsel beknopte reactie op de inhoud van de conclusie en dat deze reactie zich niet er voor leent de herzieningsaanvrage zelf nader toe te lichten of aan te vullen. De onderhavige reactie voldoet voor het merendeel van het aangevoerde daar niet aan zodat de Hoge Raad op dat deel van deze reactie geen acht zal slaan. De Hoge Raad herhaalt vervolgens het reeds uiteengezette beoordelingskader uit HR LJN BA1024 omtrent het begrip ‘novum’ en in dat verband het oordeel van een deskundige. Van een geval waarin de bewezenverklaring in belangrijke mate steunt op de bevindingen van deskundigen is i.c. geen sprake. De omstandigheid dat de bevindingen van deskundige X en deskundige Y het gerezen vermoeden dat sprake was van opzettelijke brandstichting, niet alleen niet ontkrachtten, maar zelfs steun boden aan de bestaande sterke aanwijzingen dat sprake was van opzettelijke brandstichting, maakt dat gelet op de bewijsvoering van het Hof niet anders. Het zwaartepunt in de bewijsvoering, waarin het Hof tevens diverse door de verdediging geschetste alternatieve mogelijkheden niet aannemelijk heeft geoordeeld, ligt immers in de feitelijke situatie zoals die op de plaats van het misdrijf is aangetroffen, en in de door het Hof tot het bewijs gebezigde verklaringen van verdachte en de verschillende getuigen omtrent het handelen van verdachte voorafgaand aan de brand en daarna. Omtrent die wezenlijke onderdelen van de gronden waarop het Hof de veroordeling heeft gebaseerd, houdt de aanvrage niets in. Aanvrage wordt afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen