HR 30 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6922
Beroep op de inkeerbepaling a.b.i. art. 69.1. AWR. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AB1375 (belastingkamer). Het Hof heeft met het in zijn overwegingen besloten liggende oordeel dat de belastingplichtige BV, toen verdachte namens haar ter verbetering van de eerder gedane aangifte omzetbelasting alsnog de vereiste juiste en volledige gegevens verstrekte, redelijkerwijs moest vermoeden dat een of meer van de bij de aanslagregeling betrokken belastingambtenaren met de onjuistheid of de onvolledigheid van die aangifte bekend zouden worden, het vooropgestelde niet miskend. Overigens is dat oordeel toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl