HR 2 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6138

Voorhanden hebben, Wet wapens en munitie. HR stelt voorop dat voor een veroordeling t.z.v. het voorhanden hebben van een wapen of munitie i.d.z.v. art. 26 WWM is vereist dat sprake is geweest van een meer of mindere mate van bewustheid bij verdachte omtrent de aanwezigheid van dat wapen of die munitie (vgl. HR LJN ZD1169). Gelet daarop is voor de bewezenverklaring zonder nadere doch ontbrekende motivering niet redengevend de verklaring van verdachte vzv. inhoudende dat hij die wapens over het hoofd heeft gezien en dat hij dacht dat deze nog op de schietclub lagen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen