HR 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK5516

Afwijzing getuigenverzoek. Appelschriftuur. Fax. Een op de voet van art. 410.3 Sv door verdachte bij schriftuur gedane opgave van te horen getuigen wordt ingevolge die bepaling aangemerkt als een opgave i.d.z.v. art. 263.2 Sv. Nu een opgave in laatstbedoelde zin ook per fax kan worden gedaan (vgl. HR LJN BA2282), moet ook t.a.v. een bij appelschriftuur gedane opgave van te horen getuigen worden geoordeeld dat deze bij fax kan worden gedaan. Indien het Hof heeft geoordeeld dat het hier getuigen betrof die niet bij appelschriftuur a.b.i. art. 410 Sv waren opgegeven, zodat bij de afwijzing het noodzaakcriterium van toepassing was, is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk. Indien het Hof heeft aangenomen dat de getuigen wel bij appelschriftuur waren opgegeven, heeft het bij de afwijzing een onjuiste maatstaf gehanteerd. Nu het hier niet gaat om getuigen a.b.i. art. 418.2. Sv kon het Hof ingevolge art. 418.1 Sv die getuigen immers slechts afwijzen op de in het 1e lid van art. 288 Sv genoemde gronden. Daartoe behoort niet de door het Hof gehanteerde maatstaf of de noodzaak tot het horen van de verzochte getuigen is gebleken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen