HR 16 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4797

Bewijsklacht t.a.v. ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechter der schuldeisers’ a.b.i. 343 Sr. Vooropgesteld wordt dat die bewoordingen tot uitdrukking brengen dat verdachte het opzet moet hebben gehad op de verkorting van de rechten van de schuldeisers, dat voorwaardelijk opzet in dat verband voldoende is en dat derhalve voor het bewijs van opzet ten minste is vereist dat de handeling van verdachte de aanmerkelijke kans op verkorting van de rechten van de schuldeisers heeft doen ontstaan (vgl. HR LJN BI4691). Vzv. de bewezenverklaring die bewoordingen behelst, kan het niet zonder meer uit de gebezigde bewijsmiddelen volgen, zodat de uitspraak niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen