HR 2 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK0910
OM-cassatie. Art. 416.3 Sv. Het Hof heeft na behandeling ttz. het OM alsnog n-o verklaard wegens niet tijdig indienen (4 mnd te laat) van appelschriftuur. 1. De opvatting dat art. 416.3 Sv slechts van toepassing is indien geen schriftuur wordt ingediend, is onjuist. Die bepaling is mede van toepassing op een geval waarin de schriftuur niet tijdig is ingediend (vgl. HR LJN BI 4078). 2. Noch uit de tekst, noch uit de geschiedenis van art. 416.3 Sv volgt dat de rechter uitsluitend zonder onderzoek van de zaak zelf de niet-ontvankelijk-verklaring van het h.b. van de OvJ kan uitspreken. Een dergelijke beslissing kan dus ook na dat onderzoek worden gegeven. 3. De beantwoording van de vraag of het belang van het appel zwaarder dient te wegen dan het belang dat is gemoeid met het verbinden van niet-ontvankelijkheid in het h.b. aan het verzuim van het OM om een appelschriftuur in te dienen, is in hoge mate afhankelijk van de aan de feitenrechter voorbehouden weging en waardering van de omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat het oordeel van de feitenrechter daaromtrent in cassatie slechts in beperkte mate kan worden getoetst. ’s Hofs oordeel dat het belang van het ingestelde beroep i.c. niet vergt dat een niet-ontvankelijkverklaring van de OvJ in het beroep achterwege dient te blijven, is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl