HR 5 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ2772
1. Bewijs valsheid i.d.z.v. art. 225 Sr. 2. Bewijs ‘heeft verzwegen’. Ad 1. De opvatting dat het op een factuur vermelden van minder arbeidsuren dan werkelijk zijn verricht, geen valsheid i.d.z.v. art. 225 Sr kan opleveren is onjuist. Mede gelet op hetgeen het Hof heeft overwogen over de corruptie bij SWZ en de daarbij gevolgde werkwijze , heeft het kennelijk geoordeeld dat de facturen en de daarin genoemde bedragen, die geen enkele relatie hadden met de werkelijke gewerkte uren en de gebruikte materialen, moesten dienen om te verhullen dat dusdoende aan verdachte gunsten werden verleend waartegenover de desbetreffende bedrijven een betere concurrentiepositie werd verschaft bij de inschrijving op projecten van de corporatie. Gelet daarop is ’s Hofs oordeel dat de facturen valse geschriften betroffen i.d.z.v. art. 225 Sr onjuist, noch in dat opzicht ontoereikend gemotiveerd. Ad 2. Gelet op a) ’s Hof oordeel omtrent de gang van zaken, i.h.b. omtrent de bij SWZ bestaande corruptie, b) de functies die verdachte blijkens de bewezenverklaring bij SWZ vervulde en c) de betrokkenheid van verdachte bij het bewezenverklaarde, heeft het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte zich ervan bewust was dat hij giften heeft aangenomen en dat hij dit aannemen in strijd met de goede trouw heeft verzwegen t.o. zijn werkgever. De bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl