HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK7192
Herziening. Het enkele verschil tussen handtekeningen geeft onvoldoende steun aan de stelling dat sprake is geweest van een persoonsverwisseling en kan daarom niet het ernstig vermoeden opleveren a.b.i. art. 457.1.2º Sv. De beslissing van de OvJ dat de executie diende te worden gestaakt “aangezien niet langer uitgesloten kon worden dat er sprake was van een persoonsverwisseling“ en dat die onzekerheid ten voordele van veroordeelde diende te komen, en de op die beslissingen gebaseerde aanname van de Voorzieningenrechter dat aanvrager niet de veroordeelde is, kunnen niet bijdragen aan een dergelijk ernstig vermoeden omdat dat vermoeden op omstandigheden van feitelijke aard moet berusten. Bovendien geldt in herziening niet het criterium dat “niet (langer) kan worden uitgesloten” dat de bewezenverklaring onjuist is maar de in art. 457.1.2º Sv neergelegde, strengere maatstaf.
De uitspraak op rechtspraak.nl