HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ8622
CIE-informatie als grondslag voor doorzoeking woning. Een redelijk vermoeden van de aanwezigheid van wapens en munitie a.b.i. art. 49 WWM kan worden aangenomen o.b.v. een anonieme melding (HR LJN ZD1858). De beantwoording van de vraag of dergelijke informatie toereikend is voor de toepassing van het bij art. 49 WWM voorziene dwangmiddel is in belangrijke mate afhankelijk de aan de feitenrechter voorbehouden weging en waardering van de omstandigheden van het geval zodat het oordeel van de feitenrechter daaromtrent in cassatie slechts in beperkte mate kan worden getoetst. I.c. was de anonieme melding afkomstig van “een of meer CIE-informanten”. Omtrent het verweer dat die CIE-informatie “onvoldoende was om een doorzoeking o.g.v. art. 49 WWM te rechtvaardigen” heeft het Hof geoordeeld dat de CIE-informatie “als betrouwbaar is aangemerkt”, dat die informatie relatief kort voor de doorzoeking ter beschikking van de politie was gekomen en mede inhield dat verdachte in het bezit was van vuurwapens die hij in zijn woning en de daarbij behorende schuren verborgen had. De verwerping van het verweer is aldus onjuist, noch onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl