HR 29 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI4663
Art. 311.2 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN ZC9251. De raadsvrouw is door het Hof beperkt in haar pleidooi, in die zin dat zij zich slechts mocht uitspreken omtrent de toerekeningsvatbaarheid en de detentiegeschiktheid van verdachte. Het Hof is bij zijn beslissing om de raadsvrouwe te beperken in haar pleidooi kennelijk uitgegaan van de vooronderstelling dat de pleitnota van de raadsvrouwe in het door het Hof aangeduide gedeelte onder het hoofd “ de feiten” slechts een nodeloze herhaling bevatte van de op een eerder, voor het gewezen tussenarrest gehouden terechtzitting overlegde pleitnota. Het Hof had, alvorens die beslissing te nemen, de juistheid van die vooronderstelling dienen te verifiëren. Nu daarvan niet blijkt, lijdt het onderzoek in hb aan nietigheid. Conclusie AG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl