HR 6 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI3874

Art. 41.1 Sr, noodweer. Het Hof heeft het beroep op noodweer verworpen o.g.v. zijn oordeel dat verdachte zich kort voor de door hem toegebrachte steken aan de verdere confrontatie met X en Y had kunnen en moeten onttrekken. Het Hof heeft vastgesteld dat nadat X en Y in het bushokje - waarnaast verdachte op de bus stond te wachten - hadden plaatsgenomen, "de overige jongens van de groep die nog steeds op enige afstand van het bushokje stonden, aanstalten maakten om in de richting van het bushokje te lopen". Vervolgens zijn, aldus het Hof, X en Y de confrontatie met verdachte aangegaan. Het Hof heeft niet aannemelijk geacht dat toen Y de verdachte sloeg, de overige leden van de groep dermate dicht waren genaderd dat een mogelijkheid om te vluchten heeft ontbroken. Dat oordeel behoeft nadere motivering, in aanmerking genomen dat, anders dan het Hof heeft geoordeeld, het tegendeel niet zonder meer uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen, terwijl het bestreden arrest geen nadere precisering bevat van de afstand tussen de overige leden van de groep en verdachte op het moment dat deze door Y werd geslagen. Aldus is de mogelijkheid opengebleven dat, zoals door de raadsman in de kern is aangevoerd, de situatie voor de verdachte dermate bedreigend was, dat weglopen voor verdachte onder de gegeven omstandigheden niet als een reëel alternatief kon worden beschouwd. Daarbij komt dat het Hof zijn kennelijke oordeel dat van verdachte ook mocht worden gevergd om te vluchten, niet nader heeft gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen