HR 7 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH9943

ISD-maatregel. (OM-)Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers (Stcrt. 2004, 185, hierna: de Richtlijn). De Richtlijn is een aanwijzing a.b.i. art. 130.4 RO en moet worden beschouwd als ‘recht’ i.d.z.v. art. 79 RO. Ingevolge art. 38m.1 Sr kan de rechter de ISD-maatregel slechts opleggen op vordering van het OM. Gelet op het voorgaande en op de strikte afgrenzing in de Richtlijn t.a.v. de gevallen waarin plaats is voor het vorderen van de ISD-maatregel, staan beginselen van behoorlijke rechtspleging eraan in de weg dat de rechter, die vaststelt dat een dergelijke vordering is gedaan in strijd met de Richtlijn, niettemin de ISD-maatregel oplegt. Voorts is ingevolge de Richtlijn geen plaats voor het vorderen van de ISD-maatregel als er meer dan 4 mnd aan onherroepelijke vrijheidstraffen openstaan. In de bijlage bij de Richtlijn wordt bepaald dat de executie van nog ten uitvoer te leggen vrijheidsstraffen van max. 4 mnd wordt opgeschort en dat een zodanig nog niet tenuitvoergelegd strafrestant daarom niet aan het vorderen van een ISD-maatregel in de weg staat. Die bijlage houdt in dat bij de berekening van die 4 mnd de openstaande geldboetes en de niet uitgevoerde taakstraffen, omgerekend naar vervangende hechtenis, worden meegeteld. Een redelijke uitleg van dat voorschrift brengt mee dat die vervangende hechtenis bij de berekening eerst dan wordt geteld indien deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen