HR 2 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH9920
Art. 6 EVRM. Onpartijdige rechter. Vooropgesteld zij dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat hij jegens verdachte een vooringenomenheid koestert, althans de bij verdachte dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. De -zonder enig voorbehoud gemaakte- opmerking van de Pr dat zij de verdachte aan zijn verklaring zoals afgelegd bij de politie zal houden, duidt er op dat deze reeds een oordeel had gevormd over de waardering van de betrouwbaarheid van het beschikbare bewijsmateriaal voordat het oz was gesloten. Dit levert een zwaarwegende aanwijzing op als hiervoor bedoeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl