HR 12 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH9032

Verdragsvereiste inzake de dubbele strafbaarheid. De uitspraak van de Canadese rechter van 25-02-2005 houdt in dat aan de opgeëiste persoon -tijdelijk- het gezag over haar minderjarig kind is toevertrouwd en dat aan de vader een omgangsrecht is toegekend. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat de opgeëiste persoon het kind heeft onttrokken aan het in art. 279 Sr bedoelde gezag of opzicht door op of omstreeks 18-03-2005 met het kind Canada te verlaten. Vzv. het middel hierover klaagt, is het gegrond. Er is dus niet voldaan aan het vereiste van de dubbele strafbaarheid: het feit waarvoor de uitlevering is verzocht levert immers naar Nederlands recht niet op het misdrijf van art. 279 Sr, terwijl het ook niet in enige andere wetsbepaling is strafbaar gesteld. De HR verklaart zelf op de voet van art. 31.8 UW de uitlevering ontoelaatbaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen