HR 2 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH5725
Bewijsklacht. Art. 246 Sr. Vooropgesteld zij dat van door een feitelijkheid dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen als bedoeld in art 246 Sr slechts sprake kan zijn indien verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slof die handelingen tegen zijn of haar wil heeft geduld (vgl. HR LJN AO8315 en HR LJN AY7767). HR: de bewezenverklaring is ontoereikend gemotiveerd, nu uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan volgen dat verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het s.o. in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht, dat zij zich daardoor niet tegen de seksuele handelingen kon verzetten, of dat verdachte het s.o. heeft gebracht in een zodanige, door hem opzettelijk veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het voor haar zo moeilijk was om zich aan die handelingen te onttrekken dat er sprake was van dwang van de kant van verdachte.
De uitspraak op rechtspraak.nl