HR 31 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1478
Ontvankelijkheid hernieuwd beklag. Vooropgesteld wordt dat, zolang het beslag niet is geëindigd, niet is uitgesloten dat een belanghebbende opnieuw een klaagschrift indient strekkende tot teruggave aan hem van ex art. 94 of 94a Sv inbeslaggenomen voorwerpen, indien een eerder door hem met datzelfde doel ingediend klaagschrift waarop ten gronde is beslist, niet heeft geleid tot teruggave aan hem. In een dergelijk hernieuwd beklag is klager echter niet-ontvankelijk indien daarin enkel een beroep wordt gedaan op f&o waarop hij in het eerdere klaagschrift of bij gelegenheid van de behandeling daarvan een beroep heeft gedaan. De omstandigheid dat de bewaring t.b.v. de rechthebbende is gelast t.av. de voorwerpen waarop het klaagschrift betrekking heeft, staat op zichzelf aan een dergelijk hernieuwd beklag niet in de weg, net zo min als een eerdere beslissing m.b.t. de inbeslaggenomen voorwerpen, mits daardoor het beslag niet is geëindigd. I.c. heeft de Rb door te overwegen dat het klaagschrift niet-ontvankelijk is omdat bij een eerdere beschikking bewaring t.b.v. de rechthebbende is gelast, klager niet als rechthebbende is aangemerkt en de executie van het ter beschikking stellen aan de rechthebbende niet bij de Rb ligt, blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De HR merkt nog op dat de raadkamer die dient te beslissen op een klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv, strekkende tot teruggave van o.g.v. art. 94 of art. 94a Sv inbeslaggenomen voorwerpen, niet de bevoegdheid heeft de bewaring t.b.v. de rechthebbende te gelasten, nu een met art. 116 of art. 353 Sv vergelijkbare regeling ontbreekt. Indien degenen die in een art. 552a Sv-procedure om teruggave hebben verzocht niet redelijkerwijs als rechthebbenden kunnen worden aangemerkt, dient de raadkamer – ook als het belang van strafvordering zich niet meer tegen teruggave verzet – hun verzoeken om teruggave af te wijzen.
De uitspraak op rechtspraak.nl